sluiten

Verhaal: Hoe het stil werd in de polder

Deel 3

Stoomgemaal

De wegen verbeterden pas aanzienlijk in de jaren ’80. Dit kwam door de bouw van een tweede stoomgemaal. Het eerste stoomgemaal was al in 1858 geplaatst, maar dit had niet voldoende capaciteit om de hele polder in de winter droog te houden.

In 1872 brak er iets aan het stoomgemaal en duurde het lang voor dit hersteld was. Het gevolg was dat dit jaar alle lage landen om de Mastenbroeker kerk, het Aandrik, Drie bruggen, Papenkop enzovoort in mei nog blank stonden en het bijna juni was voor het vee in de weide kon.

Toen zag men meer en meer in dat een tweede stoomgemaal gebouwd moest worden. Voor de bouw van dit tweede stoomgemaal moest meer tegenstand overwonnen worden. Boeren die grond hadden in hoger gelegen delen van de polder voelden er weinig voor, omdat het bouwen van een tweede gemaal met verhoging van polderlasten gepaard zou gaan. De voorstanders voerden aan dat men dan steeds boven water zou blijven, de bemesting meer nut zou hebben en men kreeg geen hooi in het water enzovoort. De tegenstanders moesten het afleggen en in 1880 werd het tweede gemaal gebouwd. Daarna bleef de polder ook in de winter boven water.

Toen gingen stemmen op om de wegen te verharden. Vele der oudere boeren waren daar tegen. De polderlasten waren door het plaatsen van die twee stoomgemalen reeds zo verhoogd dat het niet geraden was nu de wegen te verharden. Maar na lang wikken en wegen werd toch tot verharde wegen besloten, en niemand zou nu de oude toestand terug wensen.

Wordt vervolgd!

Bron(nen): 
Dit is een gedeelte uit het boek 'Hoe het stil werd in de polder'
Baukelien Koopmans-van der Werff schrijft hier over het leven van haar betovergrootvader Jan Hoekman (1859-1949).
In de cursief aangegeven alinea's is Jan Hoekman zelf aan het woord, omdat hij deze tekst naliet in de achttien vol gepende schriften die hij naliet aan zijn nageslacht.